Een onderwaterarcheologische operatie in Zwitserland heeft op de bodem van het Meer van Neuchâtel de overblijfselen blootgelegd van een Romeinse lading afkomstig van een schip dat bijna twee millennia geleden is gezonken. Het Bureau voor Kantonale Archeologie van Neuchâtel (OARC) heeft in samenwerking met de Fondation Octopus en de Archeologische Dienst van de staat Fribourg (SAEF) sinds maart 2025 een opgravingscampagne uitgevoerd die het mogelijk heeft gemaakt om enkele honderden voorwerpen te identificeren, te documenteren en te bergen die onder water lagen, wat een unieke verzameling vormt in Zwitserland en in de binnenwateren ten noorden van de Alpen.
De vondst dateert van november 2024, toen een luchtfoto, genomen in het kader van de door het OARC uitgevoerde gezondheidsmonitoring van de meerbodem en het onderwatererfgoed, de afwijkende aanwezigheid van materialen op de bodem aan het licht bracht. De daaropvolgende onderwateronderzoeken bevestigden de omvang van de ontdekking: het betrof de laatste overblijfselen van een scheepswrak dat ergens tussen de jaren 20 en 50 van onze jaartelling is gezonken, van een vaartuig waarvan geen structureel spoor is overgebleven, maar waarvan de lading in uitzonderlijk goede staat op de bodem van het meer is bewaard gebleven.
De rijkdom en diversiteit van de geborgen goederen hebben archeologen ertoe gebracht deze verzameling als buitengewoon te bestempelen. De noodzaak om met spoed te handelen was de aanleiding voor de eerste opgravingscampagne in maart 2025, bedoeld om het potentieel van de vindplaats te beoordelen en, bovenal, de voorwerpen te beschermen tegen talrijke bedreigingen.

Ondanks de ogenschijnlijk goede staat van bewaring is de context uiterst kwetsbaar. De bodem van het meer is onderhevig aan voortdurende erosie, de pleziervaartuigen die in het gebied voor anker gaan vormen een constant risico op verstoring en, wat nog ernstiger is, er bestaat een latente dreiging van plundering en kwaadwillige handelingen. Om deze risico’s preventief te beperken, zijn de meest kwetsbare voorwerpen systematisch verwijderd nadat de bijbehorende documentatie ter plaatse was voltooid.
De inhoud van de lading onthult een mengeling van producten van regionale en verre herkomst. Het grootste deel van de verzameling bestaat uit enkele honderden keramische vaten die, op bijna wonderbaarlijke wijze, intact tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven. Het gaat voornamelijk om serviesgoed —borden, schalen, glazen en kommen— waarvan de productie in verband is gebracht met regionale werkplaatsen op het Zwitserse plateau.
Naast dit lokale servies getuigt de aanwezigheid van een aanzienlijk aantal amforen, bestemd voor het vervoer van olijfolie en geïmporteerd uit het Iberisch Schiereiland, van de integratie van dit gebied in de langeafstandshandelsnetwerken die kenmerkend waren voor het Romeinse Rijk.
Maar het archeologische belang van de vondst beperkt zich niet tot het aardewerk. Onder de teruggevonden voorwerpen bevinden zich ook gebruiksvoorwerpen en gereedschappen die verband houden met het dagelijks leven van de opvarenden. De archeologen hebben eveneens onderdelen van tuig en wagens geïdentificeerd, waaronder enkele wielen in perfecte staat die de enige Romeinse exemplaren van dit type zijn die in Zwitserland zijn gevonden.
De aanwezigheid van deze onderdelen wijst op een duaal transportsysteem, waarbij goederen werden overgeladen tussen de weg- en de waterwegen, met behulp van een gecombineerde logistieke infrastructuur.

De vondst van wapens, met name verschillende gladiussen of korte zwaarden, heeft een element van bijzonder belang toegevoegd aan de historische interpretatie van de scheepsramp. De combinatie van een civiele lading met de aanwezigheid van deze wapens suggereert dat het schip dat tussen 20 en 50 n.Chr. zonk geen strikt militair vaartuig was, maar een handelsschip dat onder gewapende escorte voer, wat een nieuw perspectief biedt op de veiligheid op de handelsroutes in de regio tijdens de eerste helft van de 1e eeuw.
De onderzoeksmogelijkheden die deze ontdekking biedt, zijn aanzienlijk. De leiding van de opgraving benadrukt dat de lading, vanwege de uitstekende staat van bewaring en het feit dat deze in een duidelijk gedefinieerde archeologische context is teruggevonden, een bron van informatie van onschatbare waarde vormt.
Verwacht wordt dat toekomstig onderzoek meer inzicht zal geven in de handelsnetwerken in de oudheid, de technische kennis van die tijd en de precieze identificatie van de pottenbakkerijen die het gevonden serviesgoed produceerden. De verzameling voorwerpen biedt ook een unieke kans om de handelscircuits van vervaardigde producten in de context van het Romeinse Rijk te analyseren.
